Bij het instellen van een workflow event kan u kiezen uit drie verschillende types:
Voor bewaren
Na bewaren
Dit helpdeskartikel legt u uit wat het verschil is tussen deze items met een voorbeeld.
Drie types
Het 'type' van de workflow bepaalt wanneer de workflow moet uitgevoerd worden. Afhankelijk van het type krijgt u meer of minder opties qua acties en triggers van de workflow.
Meestal gaat u hier kiezen voor na bewaren.
Voor bewaren
Een workflow event die moet uitgevoerd worden vooraleer de wijzigingen zijn bewaard. Dit is handig om de waarde van één keuzelijst afhankelijk te maken van een gekozen optie in een andere keuzelijst bijvoorbeeld.
U kan hier als triggers nog enkel kiezen voor:
kopiëren
Dit is een workflow die u uitvoert nog vóór het item gekopieerd wordt.
UI-wijziging
Dit is een wijziging in het systeem, zoals een keuzelijst die van optie wordt veranderd.
Je kan bij dit type geen condities instellen.
Als actie kan u nog nog kiezen voor:
Waarde instellen
Na bewaren
Eens alle wijzigingen zijn opgeslagen mag deze workflow pas uitgevoerd worden. Dit is in de meeste gevallen het type dat u wil gebruiken.
Stel dat je gegevens van de klant (bijvoorbeeld: zijn naam) wil gebruiken in een e-mail, dan wil je dat de klant is opgeslagen vooraleer je die e-mail probeert te versturen.
Hier kan je als triggers kiezen voor:
Bewerken
Converteren
Digitaal ondertekenen
Kopiëren
Toevoegen
Toevoegen of bewerken
Verwijderen
Als acties kan je kiezen voor:
E-mail verzenden
Melding verzenden
Nieuw object aanmaken
SMS verzenden
Waarde instellen
Webhook
